Poollicht, oerol poollicht

Het is voorjaar 2001. Heel het land is onder invloed van Klaas Vaak. Heel het land? Nee, in een klein dorpje op het eiland Terschelling houdt iemand moedig stand. Temidden van een batterij camera’s, die met hun regelmatige geklik de nachtelijke stilte doorbreken, tuurt filmer/fotograaf Jan Karel Lameer de noordelijke hemel af naar poollicht. Vanuit de duisternis van Terschelling blijkt dit opmerkelijk vaak zichtbaar te zijn. Met als voorlopig hoogtepunt het poollicht van 11 april jongstleden...

Het poollicht van 11 april 2001 (23.30 uur MEZT). Het silhouet is van de auteur. Gegevens: 30 seconden belicht op Kodak Portra 800, 24/2,0 Nikkor op f/2,8. (Foto: Jan Karel Lameer)

Het was al enkele maanden geleden dat ik voor het eerst in contact kwam met Jan Karel Lameer. Via-via had ik vernomen dat hij op Terschelling al geruime tijd bezig was met het fotograferen en filmen van de sterrenhemel aldaar, en daarbij regelmatig poollicht had vastgelegd. Nieuwsgierig geworden naar zijn activiteiten, maakte ik de voorlopige afspraak dat ik een nachtelijke fotosessie zou bijwonen. De keuze viel op april van dit jaar, waarbij Jan Karel aantekende dat een noordelijke stroming vaak gunstig is voor de hemel op het Waddeneiland. Deze voert in het voorjaar koude, droge lucht aan en verkleint de kans op bewolking.
De weersverwachtingen waren in die weken bepaald niet gunstig. Maar voor woensdag 11 april werd een naar het noorden draaiende wind aangekondigd. Bovendien was de zon de laatste dagen enorm actief geweest, met de nodige coronale massa-uitstotingen en zonnevlammen. Het was duidelijk: Moeder Natuur deed haar best om gunstige omstandigheden te creëren voor poollicht in Nederland. Dit was geen goed moment om verder te wikken en te wegen: de overtocht vanuit Harlingen werd gemaakt.

Thuisbasis

Het voorbereidende werk voor een poollichtnacht begint achter het beeldscherm van een pc. (Foto: Eddy Echternach)
Al tijdens de boottocht naar Terschelling werd duidelijk dat dit wel eens een heldere avond en nacht zouden kunnen worden. De aanvankelijk rijkelijk aanwezige stapelwolken losten in vlot tempo op en de eerste sterren verschenen aan het firmament.
Het zal even voor half tien ’s avonds zijn geweest dat ik aanklopte bij het vakantiehuisje in Midsland, waar Jan Karel Lameer zijn thuisbasis heeft. Binnen was het een gezellige bende van vuile was, borden en pannen, maar vooral ook: fotoapparatuur. Jan Karel was juist bezig met het in gereedheid brengen van een camera met een indrukwekkende filmspoelhouder. Wat nou 36 opnamen? Hier werden tientallen meters film in een camera gedraaid. Later zouden ze bijna net zo snel weer worden belicht.
Steeds duidelijker werd het dat de hemel boven Terschelling die avond vrijwel onbewolkt zou zijn. Maar een poollichtwaarnemer gaat niet zo maar ergens in het veld staan: hij kijkt van tevoren of er een goede kans bestaat of er ook werkelijk poollicht te zien kan zijn. En dus begint de avond achter het toetsenbord van een pc, surfend op het internet. Eén van de sites die Jan Karel daarbij aandoet is die van het Solar Terrestrial Dispatch waar, onder meer de actuele verslagen te lezen zijn van waarnemers overal ter wereld. Voor het meest actuele beeld van de poollichtovaal die boven het noordpoolgebied hangt, is een bezoekje nodig aan de site Canopus. ‘Deze site laat de meetgegevens zien van magnetometers die in Canada staan,’ wijst Jan Karel naar het beeldscherm. ‘Hier meten ze de x-, de y- en de verstoring van de z-component van het aardmagnetische veld, en daaruit berekenen ze waar de ovaal moet zitten en hoe groot hij is. Bovendien geeft men een risk-factor, die aangeeft hoe groot de kans op een ‘grote gebeurtenis’ is: soms schiet die kans echt omhoog, en dan weet je dat er een geomagnetische substorm plaatsvindt.’

De stelling van Lameer

Jan Karel Lameer in de weer met een van zijn camera’s. De filmer/fotograaf werkt met allerlei apparatuur. Voor film gebruikt hij een Nikon F3 met 250 opname achterwand en intervalometer plus diverse lenzen en een 6x vergrotende zoeker.
De frames worden een voor een gescand en in register gelegd met het programma Picture Window 3.0. Fisheye-opnamen komen tot stand met een Bolex 16 mm met 8,5 mm f/1,5 lens en zelfgebouwde time-lapse motor en intervalometer. Voor ‘gewone’ foto's is er dan nog een oude Nikkor FG body. (Foto: Eddy Echternach)
Het is bepaald niet zo dat Jan Karel tot de meest ervaren poollichtwaarnemers van ons land behoort. Hij heeft op een blauwe maandag weliswaar sterrenkunde gestudeerd, en is dus al heel lang geïnteresseerd in datgene wat er boven ons hoofd allemaal gebeurt, maar het poollicht kreeg hij pas laat te zien. Dat gebeurde voor het eerst tijdens de nacht van 6 op 7 april 2000 (zie Zenit, juni 2000, blz. 282-285), toen hij in het kader van het Oerol-festival opnamen van de sterrenhemel aan het maken was. De afgelopen winter heeft hij het verschijnsel nog een keer of tien gezien.
De ervaringen van het afgelopen jaar hebben hem duidelijk gemaakt dat er – zeker op een plek als Terschelling – veel vaker poollicht te zien is, dan men denkt. Hij heeft er zelfs een stelling over: tussen half april en half mei – het tijdvak dat het op Terschelling ’s nachts nog donker wordt, terwijl het hoge poollicht nog door de zon wordt bestraald en daardoor extra fel oplicht – is er eigenlijk elke heldere nacht wel poollicht te zien, al betreft het gewoonlijk alleen de ‘rustige’ ovaal. ‘Dan zie je een vaag, schijnsel laag boven de horizon, maar het moet daarvoor wel ontzettend helder zijn,’ aldus Jan Karel. ‘Theoretisch kun je dan tot een hoogte van wel een graad of tien à vijftien de ovaal zien – het lijkt me leuk om dat een keer te fotograferen: ‘niks aan de hand’ en toch noorderlicht!’
Die rustige ovaal, waarvan je de ligging onder meer ook op de Canopus-site kunt zien, is echter een soort poollicht dat de gemiddelde waarnemer nauwelijks zal opvallen. ‘Ik denk dat van de tien keer dat ik hier poollicht heb gezien, het verschijnsel de leek misschien maar één of twee keer opgevallen zal zijn,’ schat Lameer. Ondertussen schuiven op het beeldscherm de regels van een poollicht-chatgroep voorbij, waaruit blijkt dat er later die avond een verhoogde kans op poollicht bestaat.
Niet dat Jan Karel de aansporing van poollichtinformatie op het internet nodig heeft om ’s avonds naar buiten te gaan. ‘In principe ga ik elke nacht dat het helder is naar buiten,’ vertelt hij. ‘Vaak zet ik dan de camera gewoon ergens neer, en ga dan weer een paar uur naar huis. Soms draai ik alleen een filmshot van de sterren rond de pool, en dan is er buiten verder weinig te doen. De poollichtinformatie op het internet gebruik ik vooral om in te kunnen schatten of ik daar ook op moet letten.’

Esthetisch hemelschijnsel

‘Het gaat mij vooral om het visuele,’ antwoordt Jan Karel op mijn vraag of zijn belangstelling voor het poollicht ook een wetenschappelijke dimensie kent. ‘Al is het natuurlijk mooi meegenomen dat je uit mijn films indirect ook nog wetenschappelijke gegevens zou kunnen halen. Poollicht is gewoon indrukwekkend mooi – wijzend naar het ‘poollichtfilmpje’ op zijn website – en als het dan ook nog gaat bewegen...’.
Poollichtfilms zijn Lameers specialiteit, al valt het volgens hem nog niet mee om het juiste filmtempo te pakken te krijgen. Voor sommige van zijn films is één opname per vier seconden gemaakt, maar dat varieert. Daarbij gebruikt hij natuurlijk gevoelig filmmateriaal: 3200 ISO. Dat is vaak ook wel nodig, want zelfs op het donkere Terschelling is poollicht meestal niet meer dan een vaag hemelschijnsel, waar je naar moet léren kijken. ‘Hier heb ik met mijn vriendin ook altijd strijd over. Een maand geleden heeft ze voor het eerst poollicht gezien, maar ze vond het niet indrukwekkend. Maar dat was waarschijnlijk een combinatie van maanlicht, schemering, nachtblindheid en niet weten wat er te zien is.’
Het afgelopen jaar is Jan Karels beleving van het poollicht aanzienlijk veranderd. Het is een sport geworden om – aan de hand van de gegevens op het internet – de komst van poollicht te voorspellen. En dan met die camera naar buiten... Daarbij heeft hij ook beter leren belichten: ‘In het begin belichtte ik veel te kort: je moet eigenlijk best wel lang belichten. Mijn langste belichtingen geven steeds de beste opnamen. Standaard gebruik ik nu 40 seconden bij F/2,8 op 800 ISO. En als je al gaat variëren: liever langer belichten dan korter. Het enige dat je met kort belichten wint, is dat je er meer details mee vastlegt: meer lijntjes, minder versmering.’ Zijn allerbelangrijkste advies is echter: ‘Zoek er een mooie voorgrond bij.’ Dat is dus een kwestie van van tevoren weten waar je gaat staan: in het geval van Terschelling dus niet op een kaal strand.

Er zij licht... poollicht!

Inmiddels is het over tienen: tijd om naar buiten te gaan en de camera’s op te stellen. Eén blik buiten de deur, en we weten genoeg. De hele noordelijke hemel vertoont een ongebruikelijk heldere gloed, alsof de zon heeft besloten om vandaag maar eens in het noorden onder te gaan. Jan Karel bepakt een fiets met fotoapparatuur en rijdt er plotseling met een enorme vaart vandoor. Na een halve kilometer haal ik hem gelukkig weer bij, vlak voordat we linksaf de duisternis in rijden, onthaald door een gure noordenwind.
Terwijl Jan Karel zijn apparatuur opstelt, begin ik te beseffen dat dit niet zomaar een poollicht is. Hoewel details en kleuren nog ontbreken, is de intensiteit van het noordelijke schijnsel enorm. Als je een hand voor je houdt, kun je de schaduw ervan op je jas zien. We staan in een klein bos met uitzicht op weilanden en – in de verte – de duinen van de noordkust. Links en rechts trekken de lichtbundels van vuurtorens hun sporen langs de hemel, maar deze voegen alleen maar iets toe aan het surrealistische lichtschijnsel vóór ons.
Nu de time lapse-camera voor het maken van ‘versnelde’ films van het nachtelijke gebeuren loopt en het poollicht van geen wijken weet, neemt de onrust bij Jan Karel toe. Misschien wordt het tijd om toch maar die derde camera op te halen...het is elf uur en het wordt bitterkoud. Dat zal je altijd zien: kort nadat ik achter me de fiets tussen de bomen heb horen wegrammelen, begint het poollicht te veranderen. Binnen een kwartier staat de hele noordelijke horizon in lichterlaaie. De lichtkoepel die al een uurtje te bewonderen was, krijgt gezelschap van allerlei andere lichtverschijnselen. Van de Voerman, via Perseus en Cassiopeia tot en met de Zwaan en verder naar het oosten verschijnen boven en naast de lichtkoepel talloze rode plekken die zich tot in het zenit uitbreiden. Vanuit Deneb schieten meerdere lichtbundels omhoog tot in de staart van de Grote Beer. Wat eerst een lichtkoepel was, verandert steeds meer in een gordijn van licht. Het is alsof boven de duinen de bundels van tientallen vuurtorens de lucht in schijnen. Poollicht? Het is iets meer, mag dat?
Halverwege deze eerste vlaag intense poollicht keert Jan Karel terug met zijn camera. Hij kon het verschijnsel zelfs vanuit het dorp zien. Gelukkig hield het nog lang genoeg aan om er nog vele fraaie plaatjes van te schieten. Tot onze verbazing is zelfs achter ons, hoog tussen de bomen in zuidelijke richting het nodige poollicht te zien, en in het zenit prijkt korte tijd een rossige corona. Pas na middernacht lijkt het feest voorbij te zijn.
Niet dat het poollicht die nacht ook maar een moment is weggebleven. Sterker nog: net toen we – nou ja, ik vooral – van plan waren maar weer even de warmte op te zoeken, en Jan Karel nog eventjes een nieuwe filmrol in de automatisch doorklikkende camera zette, kregen we een forse toegift. Om twee uur breekt aan alle kanten het poollichtgeweld weer los. ‘Wat is het helder, zeg,’ roept Jan Karel enthousiast. Zeg dat wel: het scheelt niet veel of je kunt kleuren in het landschap zien. En wij zijn niet de enige die er zo over denken, want in het naburige weiland vliegen de scholeksters opgewonden op. Komt dat nou van het poollicht of van onze kreten?
Er verschijnen weer grote stralenbundels aan de hemel, die letterlijk alle kleuren van de regenboog begint te vertonen: rood, blauw, groen en wat al niet meer. De intensiteit neemt ongelooflijke vormen aan; woorden schieten nu letterlijk tekort. Kleine, donkere wolkjes steken nu in bizarre, bruinzwarte tinten af tegen een achtergrond die een beetje aan een lichtbak voor het bekijken van negatieven doet denken. Kou en vermoeidheid verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Tegen drieën keren we terug naar het huisje. Voor mij was het een lange dag geweest, maar voor Jan Karel Lameer was hij nog niet voorbij. Nadat ik allang op één oor lag is hij teruggeweest voor het ophalen van zijn apparatuur en heeft daarbij nóg een kleine opleving gezien. Hoeveel geluk we hadden gehad, bleek pas tegen het ochtendgloren, toen de eerste hagelbuien boven het eiland losbarstten.
Er zijn die nacht heel wat meters film verschoten. Bezoekers van het Oerol-festival (15-24 juni op Terschelling) zullen de resultaten van dichtbij kunnen bekijken. En wellicht zien we de bewegende beelden van deze nacht nog wel eens terug op tv. Want het is Jan Karels bedoeling om van zijn time lapse-beelden pauzefilmpjes te maken. Tot het zover is, zullen we het moeten doen met de filmpjes en foto’s op zijn website (en bij dit artikel natuurlijk!).

Informatie op het Internet:
Jan Karel Lameer: http://www.angelfire.com/movies/timelapse/
Oerol: http://www.oerol.nl/
Solar Terrestrial Dispatch: http://www.spacew.com/
Canopus: http://www.dan.sp-agency.ca/www/rtoval.htm